Posts tonen met het label Literatuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Literatuur. Alle posts tonen

donderdag 11 december 2008

Citaat #

Il existe certains coins comme ça dans les villes, si stupidement laids qu'on y est presque toujours seul.

(In steden zijn er van dat soort plekken die zo stompzinnig en lelijk zijn, dat men er bijna altijd alleen is)

Louis-Ferdinand Céline (1894 - 1961)

vrijdag 1 augustus 2008

Lelijkaards tijdens je lijden

November 1900
"Ik zei de verpleger die dagelijks de wonde in mijn oor komt verzorgen dat ik niet verwacht dat ik nog zal genezen. Maar hij glimlachte en antwoordde niets: ik veronderstel dat het verkeerd van me was te verwachten dat hij bezorgd zou zijn over mijn fysieke welzijn, want dat heb je met verplegers nooit. Ik zou niet om de dood geven als zij die je dan bijstaan niet zo lelijk waren. Toen ik verleden jaar naar de tandarts ging om mijn kiezen te laten trekken, en de klem en de gaspomp zag, maakte dat op mij geen indruk. Mijn grote angst gold voor de tandarts zelf – toen ik hem zag eiste ik terstond een volledige verdoving. [..]
Nu moet ik ophouden want ik hoor stappen op de trap. Als het de Dood niet is, is het Maurice."

Dit waren de laatste aantekeningen van Oscar Wilde (1854-1900), uit: Het laatste testament van Oscar Wilde van Peter Ackroyd. Oscar Wilde was een bijzonder voorlijke Ierse schrijver, dichter en humorist. Hij is niet per se te vroeg gestorven. Wel te vroeg geboren.

donderdag 31 juli 2008

Shoegaze en Balzac

Ik ben soort van dronken, en daarom ga ik me wagen aan een stukje onbeschaamd pretentieuze keukentafelfilosofie, naar aanleiding van citaten uit een roman die ik las:

"Strikt genomen bestaat tekenen niet! [..] De lijn is het middel waardoor de mens zich rekenschap geeft van de uitwerking van het licht op de dingen; maar in de natuur waar alles gevuld is bestaan geen lijnen; [..] Ik laat de lijnen dan ook niet ophouden, de omtrekken gaan schuil onder een nevel van blonde en warme halftinten die het onmogelijk maakt precies de vinger te leggen op de plaats waar omtrekken en achtergronden elkaar ontmoeten"

Aldus Frenhofer, een oude schilder in het boek Le Chef-d' oeuvre inconnu van Honore de Balzac (hihi, die man heet Balzak). Hij heeft zijn leven eraan besteed een schilderij te maken dat 'leeft' - meerbepaald: een vrouw te tekenen die het leven van een echte vrouw uitademt. Dit werk heeft hij uiteindelijk voltooid en daar is hij nogal in zijn nopjes mee, hij raakt zelfs totaal in vervoering als hij naar zijn eigen schilderij kijkt. Enthousiast laat hij het werk aan twee van zijn leerlingen zien:

"'Ha!' riep hij [Frenhofer] uit, ' op zoveel volmaaktheid waren jullie niet voorbereid! Jullie staan voor een vrouw en je zoekt een schilderij. Op dit doek is zoveel diepte, de lucht is zo echt, dat ze voor jullie niet te onderscheiden is van de lucht die ons omringd. Waar is de kunst? Weg, verdwenen! Dit is de levende gestalte van een meisje."

De leerlingen zijn evenwel niet enthousiast:

"'Ziet gij iets?' vroeg Poussin aan Pourbus.
'Neen, jij?'
'Niets.'
[..]
'De oude lansknecht houdt ons voor de gek', zei Poussin en ging weer voor het vermeende schilderij staan. 'Ik zie daar niet meer dan een verwarde massa kleuren, bijeengehouden door een veelheid van grillige lijnen in een muur van verfkorsten.'"


De overpeinzing die ik had, is de parallel die te trekken valt tussen Frenhofers benadering van perfecte schilderkunst en de benadering van een bepaalde stroming in de muziek, te weten de shoegaze/dreampop-muziek die begin jaren '90 opkwam. Frenhofer bepleit dat een schilderij dat nastreeft de levende realiteit uit te drukken niet uit duidelijke lijnen moet bestaan, maar dat alleen door een flinke kleurennevel schoonheid kan ontstaan - hoe ontoegankelijk dat ook is voor degene die deze benadering voor de eerste maal aanschouwt. Ditzelfde gevoel heb ik als in naar My Bloody Valentine of Slowdive luister: de liedjes komen uit de verf (o, de parallel) omdat ze gehuld zijn in een muur van nevel; geen noot is eenvormig, en juist daarom klinkt het zo echt. Er valt zoveel te ontdekken in de nummers. Alhier:

My Bloody Valentine: deze en deze,
Slowdive: ditte (alleen het eerste nummer) en datte
Ride: D'n dieje; deze heb ik zelf geupload.

Natuurlijk is deze benadering van muziek een ijzig glad pad, omdat het risico slechts interessantdoenerij te bezigen flagrant op de loer ligt - het eerste nummer van MBV balanceert misschien op het randje. (In dat kader: wee een band als Tool, die leentjebuur speelde bij de Shoegaze-beweging, maar vergat enige schoonheid in de muziek te verwerken - of die band is gewoon niet voor mijn oren weggelegd.) In nuchtere toestand luister ik trouwens minstens net zo graag naar de down-to-earth Indie of Britpop van deze wereld.

dinsdag 15 juli 2008

Kurt Vonnegut Jr.

was een Amerikaanse schrijver. Hij had het bombardement van Dresden meegemaakt. Hij leefde van 1922 tot 2007. Hij was een bijzonder grappige man.

Nog één vraag over de oorlog: denkt u nog wel een terug aan het bombardement van Dresden?

-Ik heb er een boek over geschreven: Slaughterhouse Five. Het boek is nog in de handel en af en toe moet ik er zakelijk iets mee doen. Marcel Ophuls heeft me gvraagd aan zijn film mee te werken, The Memory Of Justice. Hij wilde dat ik over Dresden zou praten als over een gruweldaad. Ik heb hem verteld dat hij beter met mijn vriend Bernard V. O’Hare [..] kon gaan praten, en dat heeft hij gedaan. [..]

Waarom hebt u niet willen getuigen?
-Ik had een Duitse naam. Ik wilde geen discussie aangaan met mensen die vonden dat Dresden naar de verdommenis gebombardeerd moest worden. Alles wat ik erover in mijn boek heb gezegd is dat Dresden inderdaad goedschiks of kwaadschiks naar de verdommenis is gebombaardeerd.

Is het het grootste bloedbad in de geschiedenis van Europa geweest?
-Het was in elk geval de snelste moordpartij op een groot aantal mensen – 135 000 mensen binnen een paar uur dood. Er zijn natuurlijk wel tragere moordpartijen geweest.

De vernietigingskampen
-Ja, daar zijn uiteindelijk een miljoen mensen vermoord. Velen beschouwen het bloedbad van Dresden als een gerechtvaardigde en slechts minimale wraak op wat er in de vernietigingskampen is aangericht. Misschien. Zoals ik al zei, discussieer ik daar nooit over. Ik wil tussen haakjes wel opmerken dat aan absoluut iedereen die toevallig in de onbeschermde stad woonde de doodstraf werd opgelegd [..]. Eigenlijk hadden O’Hare en ik op de lijst moeten staan. Hoe meer lijken, hoe gerechtvaardigder de wraak.

De Franklin Library brengt een luxe editie van Slaughterhouse Five op de markt, geloof ik.
-Ja, mij is gevraagd een nieuw voorwoord te schrijven.

Hebt u nieuwe gedachten over het onderwerp
-Ik heb gezegd dat er slechts één persoon op de hele planeet is die beter geworden is van de aanval, die tientallen miljoenen dollars moet hebben gekost. Door de aanval is de oorlog geen halve seconde eerder geëindigd. Eem Duitse verdedigingsactie of aanval is er niet door verzwakt en geen enkele persoon is erdoor gered uit een vernietigingskamp. Er is maar één persoon die er beter van is geworden – niet twee of vijf of tien. Één maar.

En wie is dat dan?
-Ik. Ik heb drie dollar gekregen voor iedere persoon die om het leven is gekomen. Moet u zich voorstellen.

Uit: De ontdekking van de literatuur - Joost Zwagerman (2007)

donderdag 28 februari 2008

Een vernielde generatie

Als we in 1916 naar huis waren gegaan, zouden we vanuit alle pijn en bittere ervaringen een storm hebben ontketend. Als we nu [1918] terugkeren, zijn we moe, uitgeblust, ontworteld en zonder enige illusie. We zullen ons nooit meer kunnen aanpassen.

Niemand zal ons ook begrijpen – want de generatie voor ons heeft weliswaar de jaren aan het front samen met ons doorstaan, maar het zijn mensen die al een huis en een beroep hadden en die weer worden opgevangen in hun oude posities, waar ze de oorlog zullen vergeten – en na ons groeit er een generatie jongeren op die net zo zijn als wij vroeger waren, mensen voor wie wij vreemdelingen zullen blijven en die ons opzij zullen dringen. Wij weten met onszelf geen raad; we zullen ouder worden; een enkeling zal misschien nog ergens zijn draai vinden; anderen zullen zich lijdelijk in hun lot schikken; de meesten zullen ongelukkig en wanhopig blijven; - de jaren zullen verstrijken en tenslotte zullen we zo ten onder gaan.

Maar misschien heeft alles wat ik me nu bedenk, te maken met mijn ontreddering en zwaarmoedigheid, en vervluchtigen deze gedachten zodra ik weer thuis onder de oude populieren sta en mag luisteren naar het ruisen van hun bladeren. Het is toch niet mogelijk dat het voorgoed verdwenen is, die milde, zachte onrust die ons hart sneller deed kloppen, die tintelende ongewisheid, die horizon vol beloften, die duizend visioenen van de toekomst, die vervoerende melodie uit dromen en boeken, dat bedwelmende verlangen naar vrouwen, naar liefde; het kan toch niet waar zijn dat dat allemaal ten onder is gegaan in trommelvuur, vertwijfeling en soldatenbordelen.
[...]
Ik ben heel kalm. Laat de maanden en jaren maar komen, ze nemen mij niets meer af, ze kunnen mij niks meer afnemen. Ik ben zo alleen en zo zonder enige verwachting dat ik ze zonder vrees tegemoet kan zien.

Erich Maria Remarque (1898 - 1970)

vrijdag 22 februari 2008

De grote schrijver

Grote schrijver[..], (gij) zoudt het boek kunnen schrijven waarvoor wij misschien de moed niet zouden vinden het te lezen, of waarvan we misschien zouden zeggen: ik begrijp het niet... omdat wij gewend zijn woorden te lezen die aan elkaar werden gelijmd met dode letters, en slechts iets mooi kunnen vinden als het, zoals men zegt, rietme heeft, en geen betekenis.

Louis Paul Boon (1912-1979)

vrijdag 8 februari 2008

Mijn hond

Mijn hond is oud. Soms lijdt hij en zijn blik wordt smekend. Ik ben zijn God. Hij weet niet dat er achter de God die hij smeekt en die hem redden zal, een andere staat die hem niet ziet. Staat er nog een andere achter de onze? De hond kruipt voor mij voeten. Voor wiens voeten moeten wij kruipen?

Jean Ray (1887-1964)

maandag 4 februari 2008

donderdag 27 december 2007

Beter dan The Smiths

Passage uit: Herman Brusselmans, Bloemen op mijn graf

"'Zo zo, Radiohead...' zei boer Tyteca, aan zijn pijpje puffend, 'is dat niet een van die nieuwe bandjes? Ik moet eerlijk zijn, ik volg het niet echt meer sinds The Smiths zijn gesplit. Weet je nog, Frieda, dat de dag waarop The Smiths splitten de enige dag in mijn carrière is geweest waarop ik de koeien niet gemolken heb?' 'Ja, dat herinner ik me nog goed,' zei tante Frieda, naarstig verderbordurend, 'je was er het hart van in. Zoals The Smiths komt er nooit meer een Engelse band zei je tegen iedereen die het horen wilde. En ondertussen moest ik in m'n eentje de koeien melken die dag. Zeer zeker dat ik het niet ben vergeten, van m'n leven niet.'

'Als het een troost zal zijn, boer Tyteca,' moeide Deborah zich familair, 'volgens mij is Radiohead een betere Engelse band dan the Smiths.'

Dat had ze beter niet kunnen zeggen. De stomme hoer. Maar het was te laat.

'Wát?!' brulde boer Tyteca reeds half buiten zinnen en bij hem scheelt dat niet veel met geheel buiten zinnen, 'beter dan The Smiths! Mijn huis uit, jij kreng!' En tegen mij: "Je bent altijd mijn favoriete neef geweest, Herman, maar als je zulke rotwijven m'n kot inbrengt wil ik je niet langer onder ogen hebben!' 'Boer Tyteca! Blijf kalm!' probeerde tante Frieda nog, 'Herman kan er toch niks aan verhelpen dat zijn verloofde een teef is die maar beter nooit geboren had kunnen worden?' 'Ja, dat kan hij wél!' schreeuwde boer Tyteca, en hij greep naar zijn mes."

woensdag 8 augustus 2007

Post Office

Woensdag 8 augustus 2007. Ik merk aan van alles dat ik blijkbaar nog steeds in leven ben, dus daar ga ik maar van uit. Ik vul dit leven de laatste anderhalve week (inclusief weekend) met het van 9 tot 16 uur bij de Sibelius werken. De dagen in dit vrolijke bejaardenhuis zijn in hoofdlijnen identiek. Lastige bazen, praatgrage poetsvrouwtjes en veel zeurende bejaarden bij wie ik stofzuig.

Stofzuigen in de Sibelius onderscheidt zich niet door tofheid. Er is een centraal afzuigsysteem in het gebouw, en als je de veel te lange/dikke/logge/steeds in de knooprakende slang in één van de luchtafvoerputjes steekt, kun je aanbellen om te stofzuigen bij een bewoner. Ja, de bewoners. Ze praten, zeuren over het tijdstip waarop je stofzuigt (Té vroeg, té laat), schuiven stoelen altijd nét te laat opzij, en zetten hem altijd op een plek waar je nét bezig was, ze willen altijd dat je met je logge stofzuiger onder de twee meter diepe antieke kast gaat, ze vragen je steeds waar de normale poetsvrouwtjes zijn, ze vinden het énig dat er een jongen stofzuigt en merken luid lachend op dat zo’n lange dikke slang zeker wel lekker zuigt. En op al hun acties knik je maar met een zuinige glimlach.



Voor alle vakantiekrachten, of eigenlijk voor iedereen die in meer of mindere mate met de pest in de kleren naar zijn werk gaat, is het boek ‘Het Postkantoor’ van Charles Bukowski (†) verplichte literatuur. In dit boek is de ik-persoon een postbode die, als alle ik-personen in Bukowski’s boeken, stevig aan de drank is. Hij zuipt een gat in de nacht, en moet zich dan om 5 uur ’s ochtends weer melden bij de US Postal Service. Daar wordt hij door zijn sadistische baas de wijk in gestuurd, waar hij met dagelijks toenemende irritatie over-de-post-zeurende vrouwtjes te woord staat, terwijl hij een zware kater heeft en in de hitte zware tassen meezeult. En zo zijn ook voor hem alle dagen hetzelfde.De pathetische en humoreuze wijze waarop deze gebeurtenissen besproken worden maken deze roman alleszins amusant.

Enfin, na zo’n dag loonslavernij voel je uitgepraat en uitgepierd, en zou je het liefst een kamerplant doden, of gaan schelden tegen je mengkraan. Maar daar ben je te uitgeput –praat/-pierd voor, dus ga je maar lethargisch voor je uit staren en zet je wat muziek op of zo. En hét lied voor de arbeidskracht met zelfmedelijden is natuurlijk Heaven Knows I’m Miserable Now van The Smiths:

“ I was happy in the haze of a drunken hour
But heaven knows I'm miserable now

I was looking for a job, and then I found a job
And heaven knows I'm miserable now

In my life
Why do I give valuable time
To people who don't care if I live or die ?

In my life

Why do I smile
At people who I'd much rather kick in the eye ? ”