vrijdag 19 november 2010

Kundera-woorden

Ik las vandaag (hoe salonfähig ben ik) een stukje van Kundera over een zeer specifiek en onvertaalbaar Tsjechisch woord - Lítost - dat zoiets als 'pijn na een ontmaskering van klunzige meelijwekkendheid', betekent, en daarmee veel nauwkeuriger de vertaalslag van waarneming naar woord maakt dan 'wrok' of 'schaamte' - een woord dat wij in een gelijkaardige situaties zouden gebruiken.

Ik zat in de trein een beetje te denken welke onvertaalbare woorden het Nederlands kent ('gezellig' is het cliché, inderdaad een woord dat je alleen in het Nederlands als tussenwerpsel kan gebruiken; 'we gaan gezellig iets drinken') - maar ik zoek toch vooral naar specifieke woorden, woorden die, laat ons heel arbitrair zijn, één regel uitleg nodig hebben, een hele regel aan andere woorden die de betekenis van dat ene woord dekken. En liefst woorden die, zoals lítost, bepaalde menselijke gedragingen blootleggen.

Natuurlijk verliezen veel woorden met een erg smalle betekenis door overgebruik en algemenisering hun kracht. Voorbeeldje: 'de knoop door hakken' heeft als oorspronkelijke betekenis 'een lastig vraagstuk op de meest pragmatische manier oplossen', en woord nu veel breder gebruikt voor 'een beslissing maken'. Of parvenu, dat in Frankrijk werd gebruikt voor 'iemand die tot een hogere klasse opgeklommen is, maar zich daar niet naar weet te gedragen', en dat nu eenvoudigweg een synoniem voor snob is geworden. Niet erg, niet vervelend, maar wel opvallend. En ik weet zeker dat er tientallen voorbeelden zijn van de ontwikkeling dat woorden een steeds grotere reikwijdte krijgen. Als dit niet gebeurt, verdwijnt een woord simpelweg.

Er zijn echter nog vele woorden met erg specifieke betekenis te vinden:

Opdooi
m dooi bij door vorst onderlaatbare bodem

Aansluitingstreffer
m doelpunt waardoor een ploeg nog slechts één doelpunt achterstand op zijn tegenstander telt

Nestel
m het ei dat men bij het wegnemen van de eieren van kippen enz. in het nest laat, opdat er andere bijgelegd worden. (tegenwoordig ook wel eens gebruikt voor uiteinde van een veter, wat ook heel specifiek is, maar weinig Kundera-achtig)

Dweepziek
bn in hoge maten tot overdreven en nadrukkelijk bewonderen geneigd (wel weer heel Kundera-achtig, omdat het over een bepaalde ontmaskering gaat. Een dweepziek iemand zal zich licht betrapt voelen als hij ontdekt dat het woord dweepziek bestaat, omdat het ontmoedigend is wanneer een stukje van je (identiteitsbepalend) gedrag zich laat vangen in één (afkeurend) woord)

Lankmoedig
bn, bw in staat veel te verdragen alvorens boos te worden (idem, maar dan zonder afkeurende bijklank)

Scheluw
bn, situatie waarin bij een vlak de tegenover elkaar liggende randen of zijden niet in een plat vlak liggen. (We hebben een winnaar? - http://www.woordvandedag.nl/Woord.aspx/Scheluw)

Ik heb ook nog een boekje van Stijn Streuvels met daarin een lijst van enorm verouderde zeer specifieke woorden. Die ligt in Nijmegen nu, dus misschien binnenkort een vervolglog. Ook al omdat de betiteling 'Kundera-woord' nog weinig van de bovenstaande woorden toe zal komen.

vrijdag 15 oktober 2010

Lijstdump #xxx

Zomaar om de zomaar; de tien beste albumopeners die ik ken:

1. Sunset Rubdown - The Mending Of The Gown
2. The Fall - The Classical
3. The New Year - Folios
4. Bill Callahan - Jim Cain
5. Stereolab - Harmonium
6. Built To Spill - Goin' Against Your Mind
7. Pixies - Debaser
8. Midlake - Acts Of Man
9. Morrissey - Now My Heart Is Full
10. Blur - For Tomorrow

dinsdag 5 oktober 2010

Waarom een "geluid van hoop en optimisme"?

Michel Houellebecq gaf het antwoord, Elementaire Deeltjes, p. 243:

De traditionele depressieve helderheid, vaak omschreven als radicale demotivatie van menselijke beslommeringen, manifesteert zich in de allereerste plaats in de vorm van een gebrek aan interesse voor zaken die inderdaad niet erg interessant zijn. Zo kun je je eventueel nog een depressieve persoon voorstellen die verliefd is, terwijl een depressieve patriot ronduit ondenkbaar lijkt.

vrijdag 24 september 2010

De Reis

Het meest grauwe, verstilde, ellendige boek dat ooit is gedrukt, is tegelijk ook het meest weeklagende, ontroerende en alarmerende boek – en dat maakt Reis Naar Het Einde Van De Nacht van Céline uit 1934 mijn favoriete boek ooit. Het timbre, de wisselende locaties, de bijtende spot en totale wanhoop druipen met groteske pennenvegen van het papier, en laten je uitgehold achter.

De grijstinten worden duimendik op het doek aangebracht. Een bloemlezinkje:

--

Het leger vond Céline toch wel het allerverrotste. Hij had helemaal niets met die kloteoorlog. Hij zei:

Zou ik dan de enige lafaard op aarde zijn? Vroeg ik me af. En ik huiverde bij die gedachte!... Verloren tussen twee miljoen heldhaftige idioten, die buiten zichzelf waren, en gewapend tot de tanden?


En daarna:

-O, je bent dus door en door laf, Ferdinand! Je bent afzichtelijk, net een rat…
- Ja Lola, door en door laf, ik verwerp de oorlog en alles wat ermee samenhangt… Ik weet wat ’t is… Ik leg me er niet bij neer… Ik grien er niet over… Ik verwerp ‘m helemaal, met alle mensen die erbij horen, ik wil niks met ze te maken hebben, niets met de oorlog. Al waren ze met negenhonderd vijfennegentig miljoen en ik helemaal alleen, dan nog hebben zij ongelijk Lola, en ik ongelijk, want ik ben de enige die weet wat hij wil: ik wil niet dood.

En daarna:

Bij een mooie begrafenis ben je ook erg bedroefd, maar je denkt toch aan de erfenis, aan de komende vakantie, aan de weduwe die er allerliefst uitziet en temperament heeft, en ook, bij wijze van tegenstelling, dat je zelf nog leven wil, heel lang, dat je misschien nooit dood gaat… Wie weet?
[..]
In de oorlog werd er in de kelder gedanst in plaats van gelijkvloers. De frontsoldaten vonden het best, ze vonden het zelfs leuk. Zodra ze aankwamen vroegen ze ernaar, en niemand vond het vreemd. Eigenlijk is alleen moed vreemd. Waarom zou je moedig zijn? Dan kun je ook aan een worm vragen om moedig te zijn, die is roze en bleek en week, net als wij.

Hij komt uit de oorlog, gaat naar Afrika en naar Amerika. Nog steeds deugt niks. 200 pagina’s verder zegt hij:

In Afrika had ik echt wel het soort eenzaamheid meegemaakt die je niet in de kouwe kleren ging zitten, maar het verlaten gevoel dat je hier in deze Amerikaanse mierenhoop kreeg benauwde je nog meer.


Was het dan alleen ellende in Célines wereld? Veelal, maar als er dan een kiertje liefde doorschijnt, wordt deze weer prachtig beschreven. Hij schrijve:

Om van haar weg te gaan moet ik wel helemaal gek zijn geweest, een gek van het vuile, harteloze soort. Toch ben ik diep in mijn hart dezelfde gebleven, en als morgen de dood mij komt halen, weet ik zeker dat deze nooit zo koud, zo lelijk en zo zwaar zal zijn als de anderen, zoveel liefde en dromen heeft Molly mij in die paar maanden Amerika geschonken.

zaterdag 11 september 2010

Stomme nationale motto's

Voor wie dacht dat Nederland een figuur sloeg met hun Franse lijfspreuk, heb ik voor u een selectie gemaakt uit de stomste nationale leuzes ter wereld:

10. Macedonië: Sloboda ili smrt! (Macedonisch - Vrijheid of de dood!)

Zou sloboda nu vrijheid of dood betekenen?

9. Montenegro: Čojstvo i junaštvo (Servisch - Ridderlijkheid en heldendom)

De eerste woorden waar je aan denkt bij Montenegro.

8. Fiji: Rerevaka na Kalou ka Doka na Tui (Fijisch - Vrees God en eer de koningin)

Met God kun je maar beter geen bonje krijgen.

7. Frankrijk: Liberté, égalité, fraternité (Frans - Vrijheid, gelijkheid, broederschap)

Vrijheid, gelijkheid, en als we dán nog tijd overhebben: broederschap. Omdat het óók op é eindigt.

6. Barbados: Pride and Industry (Engels - Trots en nijverheid)

Ook belangrijke waarden, kennelijk.

5. Botswana: Pula (Tswana - Regen)

Nat.

4.
Turkije: Ne mutlu Türküm diyene! (Turkije - Wat een vrolijkheid te zeggen, ik ben Turk!)

Wat een jolijt moeten de Koerden en Armeniërs ervaren

3. Nooorwegen: Alt er for Norge (Noors - Alles is voor Noorwegen)

Alles is voor Bassie!

2. Oostenrijk: Austriae est imperare orbi universo (Latijn - Het is Oostenrijks bestemming de wereld te overheersen)

Ik wist het, viezerikken! Hitler, Fritzl, Haider, dat kon al geen toeval zijn.

1. Albanië: Feja e Shqiptarit është Shqiptaria (Albanees - Het geloof van Albanezen is Albanisme)

Wat een stom motto.

dinsdag 7 september 2010

Grensgevallen

“the theory of the Divine right of the king, which had been the chief political gospel of the early modern period… was replaced by the Divine right of the People” – Albert Cobban

Dat een regeringshoofd niet een machtbasis heeft omdat het ‘nu eenmaal zo is’, is sinds de Franse revolutie compleet aanvaart. Democratisering staat hoog op de agenda van de EU, en diverse partijen laten alleen al door hun naam blijken dat ze een regering voorstaan die zo geloofwaardig mogelijk door het volk gelegitimeerd is. Maar de vraag die mij altijd heeft geboeid is: “then who are the People?”. Wie of wat fixeert een volk? Moeten de Basken hun belastingcenten blijven afdragen aan een Spaanse hoofdstad waar ze geen binding mee hebben? Moeten Afrikaanse stammen dansen naar de pijpen van Fransen en Duitsers die honderden jaren geleden een kaartje tekenden ( - de liniaal is krachtiger dan het zwaard?)? En dan de etnische poel in de Kaukasus, die wordt doorsneden door grenzen die Stalin ooit trok, en waar nu helemaal niemand zich meer in kan vinden.

Hoe zouden de landsgrenzen eruit hebben gezien als na het uiteenvallen van Joegoslavië volkeren hun eigen mate van zelfbeschikking hadden mogen kiezen? Politiek filosoof Harry Beran zegt: ongeveer hetzelfde. Albanezen in Kosovo hadden misschien aansluiting gezocht bij een federaal Albanië, of hadden een wat meer versnipperd Kosovo opgericht, en hier en daar waren wat enclaves afgebakend, maar er zou geen oneindige regressie aan afscheidingsclaims zijn. Volkeren die niet bekwaam zijn zichzelf te besturen zullen aansluiting zoeken in grotere politieke unies, federaties ontstaan van gebonden identiteiten. Gebonden door een taal, door een gedeeld ressentiment (tegen Belgrado bijvoorbeeld) of door geografie. Op de Kaukasus zou deze tabularasahypothese prachtig zijn: alle volkeren vertegenwoordigd in een federatie die gebonden wordt door niet-Russisch zijn.

De werkelijkheid is natuurlijk complexer.

Men hertekent niet graag, en dan blijven twee opties over. Secessieclaims negeren, omdat dat – net als een door “God” aangewezen dynastie laten regeren, heel veel kopzorgen scheelt - of een doekje voor het bloeden geven en separatistisch gebied meer autonomie geven. Zoals Catalonië, zoals Baskenland. Dat ik het met de eerste optie oneens weet u, maar de tweede optie lijkt me op termijn ook erg gevaarlijk.

Ik had het net over bestuurlijk bekwaam zijn als criterium voor onafhankelijkheid. De mate van autonomie die Baskenland en Catalonië nu hebben maakt ze (in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Koerden) 100% bestuurlijk bekwaam. Hoe meer autonomie binnen de oude grenzen ze krijgen, hoe meer vertrouwen deze gebieden krijgen dat ze na een secessie als volwaardige landen kunnen regeren. En op een zeker punt vragen die landen zich natuurlijk af: “wat moet Madrid nog van ons als we zelf zulke prachtige instituties hebben?”.

Een beschaafd Europa moet op beschaafde manier hun leiders kiezen, en moet op een beschaafde manier zijn grenzen vaststellen. Op termijn zal men misschien een bepaling moeten formuleren dat grenzen als een contract gezien kunnen worden die om de zoveel decennia herzien kan worden. Die termijn start dan per land wanneer daar aanleiding voor is. Zo zou het op middellange termijn opportuun zijn als Vlaanderen zich bij Nederland aansluit, als Bessarabië zich bij Roemenië aansluit, als Baskenland zich van Spanje afscheidt, als Oost-Oekraïne en Zuid-Ossetië zich bij Rusland aansluiten.

Het grote bezwaar zal natuurlijk zijn: wakker sluimerende grensconflicten als die in Noord-Ierland nu in godsnaam niet aan! Maar wellicht dat het idee van voorwaardelijke grenzen kan rijpen met de tijd, zoals het idee dat een gekozen (en dus controleerbare) regeringsleider er even in heeft moeten slijten. Of misschien dat het begrip ruimte verder en verder vervaagt waardoor ieder individu zich op gegeven moment bij de staat die hij wil kan aansluiten, zoals je een winkel kiest. Ik hoop in ieder geval op een milde revolutie die de waarden van Westfalen en de Franse revolutie complementeert.

dinsdag 31 augustus 2010

Rivaliteit tussen Brabantse dorpen/ een vrome taalwens

Pas een heel leuk boekje op de kop getikt. De kaft leest:

DR. J.H.A. ELEMANS - WOORD EN WERELD VAN DE BOER: EEN MONOGRAFIE OVER HET DIALECT IN HUISSELING

Het is een boekje uit 1950 dat een uitgebreide beschrijving bevat van allerlei Brabantse woorden en uitdrukkingen (een mooie vond ik ene snoek zò awt dè die vur twie kèrskripkes mòs óp sene snuut ha stòòn). Verder bevat het boek mooie beschrijvingen van lang vergeten Brabantse tradities en feestdagen.

De mooiste passage staat evenwel onder het kopje SCHELDNAMEN VOOR STADJES EN DORPEN, en beschrijft hoe boeren al dichtend hun rivaliteit voor omliggende plaatsen verwoordden:

Amsterdam dè is en stat
Ròwwestèjn dè is en gat
Huusling is ene wotterpoel
Hèèrpe mar en schòjjersboel


In Ravenstein wonen op de kèèjer de Kèèjeschéjters (keienschijters), in Huisseling modderen de dikbille [sic]

De Huusselingse dikbille
Witte nie wa ze vrééte wille
Garstestròj of charstekaf
Door wòrre de Huusselingse dikbille vèt af


In Neerloon, zo weeklaagt men volgens het boekje in Herpen, wordt de voorbijganger niet eens fatsoenlijk begroet. De Herpenaren noemen Neerloners Turken, omdat deze nors en lomp zijn.

In Loe'n woone de Turke
die slòòpw dè ze snurke
èn die der èjge waase
mi snòt èn aase


In Overlangel wonen de Wòtterratte, in Deursen schransen de Brééjvrééters, in Denneburg zijn de Schóttelwaasers doende, in Demen gonzen de Wéspe. In Dieden groeien de Jöwne (ajuinen), in Herpen de Bònne (bonen). De Herpenaren heten dan ook wel de Bònspéllers, omdat ze door het eten van bonen doorlopend aan de diarree zouden zijn. (Ik denk zelf trouwens te weten dat de bijnaam Bònne komt van de bijnaam van de Franse familienaam Bodinot, een naam die zich na Napoleon in Herpen vestigde (opa had het wel eens over de Bònne, als hij het over Herpse Bodinots had)).

Verder kraaien de Hòòne in Macharen en wonen de vèrkens in Lithoijen. De Zeelanders, ten slotte, zijn maar rènne smowsen (joden):

De Zéllantse Smowse
die pisse in der kòwse
die pisse in der schoe-wn
de Zéllantse Smòwse
die witte nie wa se doen.

Het boek sluit af met de mooie woorden:

Heel een bevolking staat op een grens tussen twee tijden, heeft die grens zelfs voor een deel overschreden. [..] Ieder jaar gaan oude woorden verloren. We hebben ons gehaast te verzamelen wat nog niet uit de taal of reeds uit het taalgeheugen verdwenen was. Met oude taalbijzonderhede gaan ook voorwerpen heen, werkwijzen en zeden. [..]

Het aloude landschap wordt gewijzigd door cultuurtechnische werken, de boerderij wordt vernieuwd, de werkmethode gewijzigd. Meer en meer wordt de lichaamsverzorging aangepast aan de eise van een nieuwe hygiëne. De boerenkiel is al lang verdwenen en als hij niet onvervangbaar blijkt, zal de klomp straks ook het veld moeten ruimen. Zelfs de naam van de vader wordt in vele gevallen ongeschik geacht voor de kleinzoon. Meer en meer komt de jonge boer in de stad en daar wil hij zo weinig mogelijk afsteken bij de gewone burgerij. [..]

Religieus staat de dorpspastoor voor een moeilijke opgave. Hoe grijs van haren ook, hij zal een bijzonder grote liefde moeten hebben voor de jeugd van het dorp om deze op de kansel te blijven boeien. [..] Het jonge nageslacht slaat misschien geen kruis meer als de bliksem flitst over de bedreigde velden, maar geloven in het Kruis doet het nog altijd, weliswaar kritischer maar ook bewuster. Dat de vernieuwde taal van straks ook de verklanking moge zijn van een vernieuwd geloof, is tot slot niet onze wetenschappelijke maar vrome wens.