woensdag 30 juli 2014

Ome Erik

Vanochtend vroeg liep ik langs een terras waar ik een aantal geamuseerde Belgen biertjes zag wegtikken. Op het oog geen gezworen alcoholisten, maar levensgenieters die de ochtend verkozen als tijdstip om aanspraak te zoeken.

Ik moest terugdenken aan een bezoek bij ome Erik een aantal jaar geleden, een oude kennis van mijn opa en oma. Ome Erik, een corpulente Belg met grijze baard en zeemanspet, had mij zoals dat vaker gaat bij oude mensen een onbepaalde uitnodiging voor een bezoek gedaan en had ik daar onbezwaard mee ingestemd. 

Maar omdat mijn ouders en oma aan moeders kant de oude Erik ook graag nog eens bezochten, zijn we in een zonnig herfstweekend met een wat grotere afvaardiging naar zijn hoeve in Vlaanderen afgereisd.

Zondagochtend ontbeten we met spek en eieren, en klokslag 9 uur maande hij me mee te gaan in zijn 'Camio', zijn busje. We reden naar een cafe in het dorp verderop. Om halftien 's ochtends was de toeloop er nog matig, maar in het uur daarop stroomde een handvol dorpsgenoten de gelegenheid binnen. "Ha, den kapitein!", klonk het vrolijk zodra de bezoekers ome Erik aan de toog zagen.
"Ik zal u eens iets vertellen over drinken", sprak ome Erik. "Als ge goed wil drinken, echt goed bedoel ik, neemt ge best niet meer dan twee pintjes. Maar, let er dan wel op, dat het twee góede pintjes zijn".

We namen een Duvel en een streekbiertje en reden nog dezelfde ochtend stuurvast terug naar de hoeve.

woensdag 21 mei 2014

This Time Is Different?

De Europese verkiezingen van morgen betekenen het einde van het zevende direct verkozen Europees Parlement. De slogan van de verkiezingen voor het achtste Parlement luidt “This Time Is Different”. Daar vallen feitelijke vraagtekens bij te zetten: in 1999 stonden we op de rand van een nieuwe muntunie, in 2004 voegden zich in één keer tien landen bij de EU, in 2009 – toen het ook al crisis was - trad het verdrag van Lissabon in werking. Waarom zouden precies deze verkiezingen anders zijn?

Het officiële antwoord, dat het parlement aanstuurt op een herenakkoord waarin de grootste politieke groep de voorzitter van de Commissie levert, is eerder slaapverwekkend dan enthousiasmerend. Maar persoonlijk maak ik deze Europese verkiezingen wel anders mee dan voorgaande keren. In drie van mijn woonplaatsen die ik had tijdens het zevende parlement – Barcelona, Tirana en Brussel – deed ik een nieuw beeld op van de EU en het Europees Parlement.

Najaar 2009. Voor mijn studie bracht ik zes maanden door in Barcelona. Naast alle andere inzichten die ik er opdeed, waar ik nu niemand mee wil vermoeien, veranderde ik er van EU-agnost naar iemand die het belang van Europese samenwerking inzag. Dat kwam door twee tamelijk losstaande ontdekkingen die ik in Spanje deed: (1) de EU is niet onverenigbaar met democratie dichtbij mensen; kan dit zelfs bevorderen en (2) landelijke politiek schiet tekort in het oplossen van ten minste een aantal wereldproblemen.

Om met het eerste te beginnen: Spanje is in tegenstelling tot Nederland een land met meerdere naties. Onder Franco werden deze naties glashard onderdrukt omwille van een kunstmatige Spaanse eenheidsstaat. Catalaanse geschiedenisboeken werden verruild voor andere boeken, de taal voor een andere taal, de folklore voor een andere folklore. Het Spaanse lidmaatschap van de EU in 1986 betekende een einde aan dit radicaal centralisme. Daarin staat Spanje niet alleen. In andere van oudsher radicaal centralistische landen, zoals Frankrijk en Polen, heeft de EU consequent regionale belangen bevorderd. Zoals de Oostenrijkse schrijver Robert Menasse al stelde: lokale bestuurseenheden zijn nog nooit zo kansrijk geweest als nu.

Ten tweede, en volledig ongerelateerd, volgde ik in dat halfjaar een cursus over klimaatverandering. Een probleem waarvan aangetoond werd dat het zowel rampzalig als politiek oplosbaar was (een voor een sociaal-democraat onverteerbare combinatie). De sleutel tot een oplossing lag niet in Nederland, niet in Spanje, maar in de doortastende samenwerking van een veel grotere groep landen.

Mijn master geografie deed ik in 2010 en 2011 en had als thema de politieke macht en (de willekeur achter) grenzen. Mijn scriptie-onderzoek deed ik in Tirana, Albanië, een land dat ondanks de economische crisis een EU-draagvlak van boven de 90% kende. Natuurlijk omdat de EU geassocieerd werd met welvaart. Maar nog meer omdat het door Europa geboden alternatief, vreedzaam aansluiting zoeken in een groter politiek verband, voor Albanezen veel aanlokkelijker en positiever was dan het verhaal dat politici ze al jaren vertelden: bevrijd de Kosovaarse en Macedonische en Montenegrijnse broeders en voer oorlog voor een Groot Albanië.

In 2012 verhuisde ik zelf naar Brussel om aan de slag te gaan in het Europees Parlement als beleidsmedewerker. Kreten als “een Europa dat regio's betrekt”, “een Europa dat leider is op werelduitdagingen” en “een Europa dat mensen hoop geeft” weergalmen hier dagelijks tegen de gipswanden, en worden veelal ontvangen als holle kreten. Een logisch verwijt. Daarom nam ik even de vrijheid een wat langer stukje te schrijven. Veel wijsheid met de keuze morgen.

vrijdag 27 december 2013

Klimaatactivisme juist geen religieus complex

De Bijbel spreekt van de zondvloed, Jehova’s reppen over het einde der tijden en de Maya’s – of de duiders daarvan – zien hun kalender aflopen met apocalyptische gevolgen. De nuchtere Nederlander haalt zijn schouders op: geen greintje aanleiding om dit alarmisme te geloven. Het is verleidelijk een plaag als klimaatverandering met dezelfde scepsis te onthalen. De parallellen met religie zijn duidelijk, toch?

Volgens Jonathan van ‘t Reve wel. De Volkskrant-columnist met scherpe pen betoogde onlangs dat een organisatie als Greenpeace ‘alle kenmerken van een religieuze groepering bevat’. Geenstijl stelde dienovereenkomstig dat mensen die denken klimaatverandering te kunnen stoppen aan een ‘God-complex’ lijden.
Het lijkt niet gek deze vergelijking te schetsen. Net als in religies lijken klimaatactivisten te beweren dat ons zondig handelen resulteert in een onomkeerbare catastrofe. En net als in religies is er een klein groepje mensen dat doordrongen is van deze trieste uitkomst en de behoefte voelt dit besef te verspreiden om samen het tij te keren.

Maar werkelijk, hier houden alle parallellen op. Het is namelijk veel beter vol te houden dat precies diegene die zich onverschillig tonen tegenover klimaatverandering met een religieus complex behept zijn. Zij geloven namelijk dat menselijk handelen niet tot een destructief resultaat leidt en ook geen menselijk ingrijpen vereist. Of ze klampen zich vast aan het geloof dat de voortschrijdende techniek ons, als in een Amerikaanse sportfilm, in de laatste minuut redt.

Een bijzonder weinig nuchtere voorstelling van zaken, als je het mij vraagt. Waarom zouden we vanzelf gered worden, terwijl dit volgens de koele wetenschap erg onwaarschijnlijk is? Hier lijkt een soort Godsgeloof om de hoek te kijken. Het geloof dat uit de chaos der dingen noodzakelijk een goedaardig patroon ontstaat.

Natuurlijk zijn er ondersoorten in klimaatsceptici en houdt niet iedere scepticus vol dat het veranderende klimaat en de menselijke invloed daarop volstrekt te ontkennen is. Het meest wonderlijk zijn de mensen die de mogelijkheid van door mensen veroorzaakte aardopwarming openlaten, maar menen dat daar geen acties aan hoeven te worden verbonden. Omdat we, als het plaatsvindt, toch al het haasje zijn. Omdat aarde zich wel redt, met of zonder mensheid.
Dit type misantropisch relativisme is in de eerste plaats de dood in de pot voor iedere discussie (vergelijkbaar met: “wat doet het er allemaal toe, over 100 jaar zijn we toch dood”). Daarnaast lijkt het – opnieuw – te werken met kaders geleend uit de godsdienst. Waarom moeten we toestaan dat de aarde zich redt, zonder mensheid? Omdat “we het ernaar gemaakt hebben”? Is dit niet precies het religieuze concept van schuld en boete?

Een beeld dat mensen wellicht voedt in hun cynische houding, is dat klimaatactivisten de wereld willen redden. Ontgoochelde cynici knappen hierop af: dit soort pretentie en maakbaarheidsdenken is onze soort niet gegeven. Maar klimaatverandering tegengaan is géén kwestie van de wereld redden. De enige taak is het behouden van de toevallige omstandigheid dat deze planeet voor mensen bewoonbaar is. Je reinste eigenbelang dus. Wie zich verdiept in de overweldigende ecologische processen die deze leefbaarheid al millennia in stand houden, zal leren dat dit een kwetsbaar gegeven is. We stellen dit op de proef door de atmosfeer te voeden met (te) grote hoeveelheden CO2 en andere broeikasgassen. Een probleem voor en door de mens, dat we ook zelf moeten oplossen.

Deze oplossing moet gezamenlijk plaatsvinden: uitstoot van gassen als CO2 moet – net als gebeurd is met CFK’s, benzine met lood en antipersoonsmijnen – wereldwijd uitgefaseerd worden, bijvoorbeeld via een veilingsysteem. Subsidies op CO2-intensieve productie moet afgeschaft worden, kleinschalige duurzame energie gestimuleerd. Geen gemakkelijke opgaaf, maar het is al meerdere malen becijferd dat het zowel betaalbaar als haalbaar is om op deze manier verdere escalatie van het klimaatprobleem tegen te gaan.

Dat mag in figuurlijke zin missionariswerk worden genoemd, maar NGO’s, politici en burgers die deze oplossingen tot stand proberen te brengen is bepaald geen religiositieit te verwijten. De meeste klimaatactivisten kunnen niet zoveel met een begrip als zondigheid. Ze opereren veel waardevrijer: ze wijzen ons op een heel praktische en concrete situatie die menselijk ingrijpen vereist. Juist omdat er geen externe kracht is die ons straft voor onze spilzucht of ons in de laatste minuut redt, moet de mens het zelf doen. Een door en door profaan wereldbeeld.

maandag 10 september 2012

Chasing cars: de eeuwige wording van geluk in de politiek

Geluk is een lastige categorie omdat het nooit echt ‘daar’ is. We kunnen onze verlangens (geluk in wording) en weemoed (terugblik op geluk) doorgaans veel beter duiden dan de toestand zelf. Geen opbeurende overpeinzing, maar het goede nieuws is dat politiek en samenleving zich doorgaans niet de flauwste raad weten met geluk. Zoals de hond die auto’s achtervolgt niet zou weten wat hij moet als hij ze vangt.
 
Ostalgie, het bekende neologisme voor Duitse heimwee naar het leven ten tijde van de DDR, moet in dat licht gezien worden, en niet in het licht van lage werkloosheidcijfers of kleine armoedeverschillen. Mensen hadden het comfort hun schaarste en ontberingen toe te schrijven aan de Partij, en het welvarende Westen vormde een lonkend perspectief. Dit smeedde gemeenschapszin. De plotse opheffing van schaarste, zondebokken en muren om omver te werpen liet veel mensen achter in onbehagen. De route naar geluk bleek zaligmakender dan het geluk zelf.

Linkse intellectuelen die een wereld zonder grenzen bepleiten timmeren op eenzelfde aambeeld. De werkelijke consequentie van uitvoer van deze maatregel (overspoeling van sociale systemen van eerstewereldlanden; ontlokking van racisme) zal hen bekend zijn, maar zolang aan de oproep geen gehoor wordt gegeven, kan de intellectueel blijven genieten van een stabiel, praktisch functionerend systeem én in harmonie leven met het eigen geweten (“door te doceren/publiceren over een grenzeloze wereld voor iedereen, doe ik het maximale wat ik vanuit mijn positie kan doen”).

Is dit hypocriet? Misschien. Maar het legt tegelijk bloot dat we de politieke utopie niet alleen nooit bereiken, maar vooral niet moeten willen bereiken. Dat is geen baanbrekend inzicht. De politiek ontwikkelt zelfs modi om deze eeuwige wording van geluk praktische invulling te geven. Links pleit voor de kilometerheffing en subsidieert de elektrische auto in plaats van wegen te bouwen, hopende dat elektrisch rijden niet zo populair wordt dat de wegen alsnog dichtslibben. En de rokende oom die iedere verjaardag vertelt dat hij bezig is een gat in de begroting dicht te paffen heeft dit punt ook gezien: als het effect is dat iedereen stopt, verdwijnt deze inkomstenpost moet het gat worden opgevuld met een nieuwe belasting.

Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld voor de door GroenLinks, PvdA en Partij van de Dieren voorgestelde belastingverschuiving van toegevoegde waarde (btw) naar onttrokken waarde (BOW). Ofwel: de BTW wordt verlaagd, want consumptie is wenselijk, en in plaats daarvan wordt de belasting op het onttrekken van grondstoffen en hulpbronnen verhoogd, want uitputting van de aarde is onwenselijk.

Daarmee is het een verdedigbare maatregel, omdat het – in tegenstelling tot btw – specifiek datgene belast wat je ook daadwerkelijk wil ontmoedigen. Maar op het moment dat de hond de auto vangt en er geen onduurzame en ongewenste processen meer zijn om te belasten, is er een probleem. De staat ontvangt noch btw noch bow. Rokers zijn uitgebannen en vlees heeft een betaalbare en onbelaste vervanger. Bedrijfsprocessen zijn volledig verduurzaamd en energie is zowat gratis.
Laten we blij zijn nog in de maakbare, en niet in de gemaakte samenleving te leven.

zaterdag 14 juli 2012

Laten we ook de successen van het nationalisme niet vergeten

“Nationalisme is oorlog”, sprak Mitterand in één van zijn laatste ademtochten tijdens zijn korte post-presidentschap. Deze uitspraak wordt met graagte aangehaald door integratie-apostel Guy Verhofstadt, die nota bene claimt ‘ik ben een anti-nationalist in hart en nieren’. Verhofstadt vergeet dat nationalisme geen natuurverschijnsel is, maar – net als EU-liefde – een door leiders bedachte vorm van massaloyaliteit. Een beweging die naast de bekende keerzijden, ook enkele belangrijke successen heeft gehad.



Nationalisme is een eliteproces dat in de 19e eeuw in zwang is geraakt. Volgens links denkkanon Slavoj Zizek is ‘genietbaarheid’ dé voorwaarde voor een natie. Een natie kan volgens hem alleen bestaan zolang deze genietbaarheid wordt overgebracht in nationale symboliek en mythen. Typisch gezien bevat zo’n natie-mythe de volgende ingrediënten: een glorieus verleden, een nog glorieuzere toekomst, en een problematisch heden waarin de betreffende natie dankzij een ‘boze ander’ vastzit. Iedereen die bekend is met de Balkan kan deze blauwdruk dromen.

Omdat een natie, een homogene gemeenschap, zo genietbaar is (volgens kosmopoliet-filosoof Kwame Appiah vergelijkbaar met een opera of voetbalwedstrijd), is er politieke elites veel aan gelegen de politieke staatsgrenzen en de etnische natiegrenzen als samenvallend te presenteren. Het institutionele verenigen met het culturele verhoogt de legitimiteit van de staat naar buiten toe (wie zou ooit de rechtmatigheid van een natiestaat in twijfel trekken) en naar binnen toe (omdat de politiek hun handelen in verband kan brengen met nationale mythen en symbolen die een onmiddellijke herkenning en binding teweegbrengen).

Nationalistische verhaallijnen worden daarom samengetrokken, kromgetrokken en gemodificeerd naar de luimen van wie aan de tekentafel zit. De vonk slaat over wanneer mensen zich herkennen in de verhaallijn van de geprojecteerde natie. Wanneer mensen bereid zijn gezamenlijk de rijen te sluiten tegenover een ‘boze ander’ die deze genietbaarheid bedreigt of onmogelijk maakt. Gezworen anti-nationalisten als Verhofstadt passen natuurlijk precies deze zelfde strategie van homogenisering toe als het gaat om het presenteren van een gezamenlijke Europese identiteit. De ‘gemene ander’ in hun narratief is alleen geen vijfde colonne of oorlogszuchtige buur, maar bijvoorbeeld de opkomende wereldmacht Brazilië of China of de ondemocratische dictaten van de markten en banken.

En daarmee slaat hij niet per se de plank mis. Europese massaloyaliteit kan erg gewenst zijn waar het gaat om aanpak van verknoopte mondiale problemen. Maar laten we dan ook een momentje nemen om naast de oneindige reflecties op nationalisme-gerelateerde rampen aan de ene kant, stil te staan bij de successen van nationale bewustwording aan de andere kant.

Neem bijvoorbeeld de onderdrukking van de Baltische landen in de Sovjet-tijd. Moskou voerde een etnische agenda door die erop toezag dat Balten zich over Rusland verspreidden, en veel Russen werden op hun beurt het Balticum binnengehaald. Onderwijs en religie werden gerussificeerd, en economisch werden de gebieden kaalgeplukt. Een passage uit Kundera’s roman “Het boek van de lach en de vergetelheid” had betrekking kunnen hebben op deze casus (maar had betrekking op Tsjechië):

“Volkeren liquideer je zo,” zei Hübl, “dat je ze om te beginnen van hun geheugen berooft. Je vernietigt hun boeken, hun beschaving, hun geschiedenis. En iemand anders schrijft voor hen andere boeken, geeft hun een andere beschaving en bedenkt een andere geschiedenis. Het volk begint dan langzaamaan te vergeten wat het is en wat het was. De wereld daaromheen vergeet het nog veel sneller.”
“En de taal?”
“Waarom zou iemand die ons ontnemen? De taal wordt louter folklore die vroeg of laat een natuurlijke dood sterft.” (p. 151)
Het is de redding van het Baltische volk geweest dat door bewustwording en opstand het folklorisme (weer) in nationalisme is veranderd.

Het grote verschil tussen nationalisme en een Europese notie van cultuur zit vooralsnog in de empirie: nationalisme blijkt nog altijd de sterkere aantrekkingkracht te hebben. De overeenkomst is dat beide dynamieken per definitie een kunstmatig elite-project zijn. Als elites er belang bij hadden in sportreportages, symbolen en onderwijs een consequente nadruk te leggen op de nobelheid van wonen aan de Noordzeekust, had zich rond die as een gedeelde identiteit kunnen vormen. Niks is natuurlijk aan verwantschap voelen met mensen die je nooit hebt gezien of gesproken.
Evenmin is de huidige politieke realiteit onveranderlijk. Het dedain van EU-adepten bij het horen van nationalistische retoriek en – omgekeerd – de verontwaardigdheid van natie-minnende politici wanneer Brussel Europa-symboliek implementeert (denk aan vlag en volkslied in het grondwettelijk verdrag), is een ui die gepeld kan worden. En ergens binnenin tref je bij beide stromingen iets gelijkaardigs aan: de wens tot bescherming van hun eigen, genietbare, homogeniseringsproject.

zaterdag 11 februari 2012

De lease-samenleving

Nb, deze blog is ook te lezen op de site van Judith Merkies

Tijdens mijn stage in Brussel ga ik onderzoek doen naar een interessant nieuw bedrijfsmodel: de lease-samenleving. In deze blog licht ik kort het hoe en waarom van dit type samenleving toe.

Vandaag, in de huidige economie, kosten producten niet wat ze óns kosten: negatieve (milieu-)effecten van een product worden niet in de kostprijs meegenomen. Als gevolg hiervan is het voor een producent economisch aantrekkelijk om bij iedere TV, auto of telefoon die wordt gemaakt opnieuw naar de oliefontein of metaalgroeve te lopen, en is het voor energieleveranciers voordelig om de exploitatie van schadelijke brandstoffen te verruilen voor ...nog schadelijkere brandstoffen (denk aan schaliegas, of aan de teerzanden in Canada).

Economische stabiliteit is op dit moment gekoppeld aan oneindige groei en oneindige consumptie, terwijl ecologische stabiliteit is gekoppeld aan matiging van die zaken. Deze tegenstelling is ongewenst en onnodig.

In een lease-samenleving is de economie gericht op diensten in plaats van op consumptie. Het is een type samenleving waarin eigendommen vrijwel niet meer bestaan, omdat producten in bezit blijven van de fabrikant, aan wie dan bijvoorbeeld een maandelijks bedrag wordt betaald. Wat we van een product verlangen, is namelijk niet per se het bezit ervan, maar de dienst die het biedt. We genieten niet van ons TV-toestel, maar van de dienst `TV-kijkuren`. We wensen geen pot metaalpoets, we wensen een schoon metaaloppervlak.

Het zou daarom niet gek zijn te betalen voor het resultaat dat een product levert, in plaats van voor het product zelf. Dit is een manier om tot een 'circulaire' economie te komen. Je kunt in een lease-samenleving je oude TV niet meer dumpen, omdat het niet jouw bezit is. De verantwoordelijkheid over een product blijft daarmee gedurende heel de levensloop in handen van de producent. Deze heeft nu het economische belang om zijn goederen duurzamer te maken, zowel wat betreft levensduur als wat betreft milieu-effecten van het product.

Stel je bijvoorbeeld voor dat een consument de dienst 'vloercomfort' leaset. De producent zal nu goedkoper uit zijn als hij een tapijt aanbiedt dat gedurende de hele leaseperiode meegaat, dan wanneer het iedere drie jaar vervangen moet worden. En als de consument het product retourneert, zal het bedrijf er baat bij hebben dat het product op eenvoudige wijze gedemonteerd en/of opnieuw aangeboden kan worden, waarmee innovatie wordt gestimuleerd. In een lease-maatschappij is materiaalintensief consumeren voor het bedrijf dus een kostenpost geworden. Omzet en afzet zijn losgekoppeld.

Is het een droom om zo´n grote paradigma-verschuiving teweeg te brengen? Niet per se. Uiteenlopende producten als zonnepanelen, tapijten en chemicaliën worden al geleased. Ik zal in mijn volgende blogs ingaan op de haalbaarheid, toepassingen en goede voorbeelden van dit lease-model.

maandag 27 juni 2011

Omkeerlogica

De klassiek vorm van de Russian reversal is deze:
In America, you break law.
In Soviet Russia, law break you!

In America, you listen to radio.
In Soviet Russia, radio listen to you!

In America, your job determines your marks.
In Soviet Russia, Marx determine your job!

In America, you assassinate president.
In Soviet Russia, president assassinate you!

In America, you watch Big Brother.
In Soviet Russia, Big Brother watch you!

Ik zat te denken, in hoeverre kunnen we hier Bruin I-varianten bij verzinnen:
Vóór Bruin I, gedoogde de regering criminelen
Nu, gedogen de criminelen de regering!

Vóór Bruin I, zette de komst van de film de boel op stelten
Nu, zet Opstelten de boel op film.

Vóór Bruin I, vertolkten linkse kunstenaars de wrok van de gewone man jegens Den Haag
Nu, vertolkt Den Haag de wrok van de geweaune man jegens linkse kunstenaars.

Vóór Bruin I, liepen de chickies met een boog om Jan Kees de Jager
Nu, loopt Jan Kees de Jager met een boog om de chickies

..er zijn er vast meer te verzinnen..